Interactum Lectoraat: KennisbankBij informatie interpreteren gaat het om het verlenen van betekenis aan de informatie. De data kunnen bepaalde gevoelens oproepen, een beter begrip doen ontstaan of er kan een conflict optreden met bepaalde waarden die gehanteerd worden.
Nancy Dixon beschrijft, op basis van de leercyclus van Kolb, vier fasen (Dixon, 2002) waarin het proces van collectief leren plaatsvindt. Zij noemt dit trouwens ‘organisationeel leren’ met als ondertitel ‘hoe we collectief kunnen leren’.
De tweede en derde fase uit het model van Dixon zijn ‘informatie integreren’ en ‘interpreteren’. Hier kunnen drie kanttekeningen bij gemaakt worden. Ten eerste liggen deze twee zaken dicht tegen elkaar aan. Verder lijkt de fase integreren, waarin ‘iedereen op de hoogte is van de informatie van anderen’, bijna automatisch plaatsvindt als er informatie verzameld of geïnterpreteerd wordt. Een laatste kanttekening betreft de derde fase uit het model van Dixon. Niet duidelijk is of de focus daarin ligt op ‘interpreteren’ of ‘consequenties verbinden’. Beide termen worden voor deze stap door Dixon gebruikt en dat werkt verwarrend. Deze fase van het model kan beter aan de term ‘betekenis verlenen’ gekoppeld worden. Betekenis verlenen valt uiteen in het interpreteren of duiden van de data, en het verbinden van consequenties aan de data (zie ook Procee, 2002).
Op grond van deze drie kanttekeningen bij fase twee en drie uit het model van Dixon is ervoor gekozen in het uiteindelijk model voor collectief leren de fase die komt na ‘informatie verzamelen’, te noemen ‘gemeenschappelijk informatie interpreteren’.
Aan het gemeenschappelijk interpreteren van de data zitten drie aspecten: de data roepen bepaalde gevoelens op (de emotionele kant); door de data is het mogelijk beter te begrijpen waarom bepaalde zaken hebben plaatsgevonden of hoe bepaalde processen verlopen (de conceptuele kant); en de data kunnen corresponderen of conflicteren met bepaalde gemeenschappelijke waarden (de ethisch/normatieve kant).
Bij informatie interpreteren gaat het om het verlenen van betekenis aan de informatie. Interpreteren geeft antwoord op de vragen: ‘Wat vinden we van... / Welke waarde kennen we toe aan... / Wat is de zin van de informatie die we hebben verzameld?’
Door het interpreteren van de data kunnen bepaalde gevoelens opgeroepen worden, er kan een beter begrip ontstaan voor het verloop van bepaalde zaken, en er kan een conflict optreden tussen de data en bepaalde waarden die gehanteerd worden.
Zo wordt bij de emotionele kant van data interpretatie nagegaan wat de mensen raakt in de data en wat voor gevoelens dat bij hen oproept, bijvoorbeeld waarbij ontstaat onvrede en waarbij enthousiasme.
Vanuit de conceptuele kant van data interpretatie ontstaat een beter begrip waarom bepaalde zaken hebben plaatsgevonden of hoe bepaalde processen zijn verlopen. Dit kan gebeuren door de data te plaatsen in een theoretisch kader. De onderzoekscyclus helpt bijvoorbeeld in te zien dat een belangrijke stap in een proces, zoals het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie, te weinig aandacht heeft gekregen.
De interpretatie van data heeft ook een ethisch normatieve kant waarbij nagegaan wordt of ze corresponderen of conflicteren met bepaalde waarden die bijvoorbeeld door een schoolteam belangrijk gevonden worden. Hierbij wordt de vraag gesteld van het ‘mogen’, het ‘moeten’ of het ‘behoren’.
De verzameling en ordening van de data (in de onderzoeksfase Informatie verzamelen) is een min of meer feitelijke weergave ten aanzien van een bepaalde vraag of probleemsituatie.
De volgende stap is die van het interpreteren van de data.
Anders gezegd: bij Informatie verzamelen gaat het om het vastleggen, selecteren, opnemen, verweken en integreren van de data; bij Informatie interpreteren gaat het om het verlenen van betekenis aan de informatie door de data te interpreteren en te gebruiken. Werkvormen voor interpreteren van data zijn erop gericht het team te leren de conclusies te baseren op de beschikbare gegevens.
We kiezen ervoor deze stap het interpreteren van de data te noemen. Interpreteren is een onderdeel van betekenis verlenen. Betekenis verlenen valt uiteen in het interpreteren of duiden van de data, en het verbinden van consequenties aan de data (de volgende stap).
Interpreteren geeft antwoord op de vragen: ‘Wat vinden we van... / Welke waarde kennen we toe aan... / Wat is de zin van de informatie die we hebben verzameld?’ En in welk opzicht leidt dit voor ons tot nieuwe kennis?
Aan het interpreteren van de data zitten drie aspecten:
Deze drie aspecten worden hieronder kort uitgewerkt.
Bij interpreteren door middel van emotie gaat het erom dat we nagaan wat ons raakt in de data en wat voor gevoelens deze data bij ons oproepen: worden we er kwaad, gerustgesteld, onrustig, tevreden enzovoort van? Welke dromen of nachtmerries krijgen we er van? Waar lopen we warm voor? En wanneer ontstaat er enthousiasme, betrokkenheid enzovoort?
Interpreteren door middel van conceptualisering vindt bijvoorbeeld plaats:
We proberen zo de werkelijkheid te begrijpen en onderbouwd commentaar te geven waarom ‘iets is zoals het is’. We creëren een ‘lokale theorie’.
Bij interpreteren vanuit een waardegebonden of ethisch kader gaan we na in hoeverre de data/uitkomsten van het onderzoek corresponderen met bepaalde waarden of uitgangspunten die we als team of school belangrijk vinden.
Hierbij wordt de vraag gesteld van het ‘mogen’, het ‘moeten’ of het ‘behoren’. ‘Wat is goed voor de kinderen in onze school, de ouders en voor ons als collega’s’? Bij beslissingen die leraren dagelijks nemen, hanteren zij veel verschillende argumenten. Als ze over die argumenten in gesprek gaan, blijkt dat zij teruggrijpen op bepaalde uitgangspunten of ethische concepten. Daarachter steekt nog vaak een uiteindelijke visie op de werkelijkheid: de levensbeschouwing. Het gaat erom erachter te komen waarop teruggrepen wordt bij het nemen van bepaalde beslissingen.
Voorbeelden van waarden waarbinnen een school op teruggrepen kan worden:
Door het gesprek over uitgangspunten kunnen zich spanningsvelden manifesteren in de vorm van schijnbaar conflicterende waarden. De uitdaging is om deze binnen het team met elkaar in balans te brengen. Bijvoorbeeld tot een zorgvuldige afweging te komen tussen de waarde ‘zorgzaam zijn’ en de waarde ‘ eigen verantwoordelijkheid voor leerlingen’. Dan kan misschien een antwoord gevonden worden op de vraag: ‘Hoe ver gaan onze zorg en verantwoordelijkheid voor leerlingen? Richt die zich alleen op het behalen van goede cijfers en resultaten of ook op hun welbevinden op school of op het hun levensgeluk?’.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.