Interactum Lectoraat: KennisbankIn deze fase wordt informatie verzameld die antwoord moet geven op de onderzoeksvragen die gesteld zijn. De gemeenschappelijke ambitie en de daaruit afgeleide onderzoeksvragen bepalen in belangrijke mate welke bronnen je raadpleegt, welke instrumenten je daarbij gebruikt, hoeveel en wat voor gegevens je nodig hebt enzovoorts. Voordat je informatie gaat verzamelen moet je daartoe goed doordachte beslissingen nemen.
Nancy Dixon beschrijft, op basis van de leercyclus van Kolb, een aantal fasen (Dixon, 2002) waarin het proces van collectief leren plaatsvindt. Zij noemt dit trouwens ‘organisationeel leren’ met als ondertitel ‘hoe we collectief kunnen leren’. Ze onderscheidt in dat collectief leren vier fasen. In de eerste fase wordt overal in de organisatie informatie gegenereerd.
De vier fasen die uit het model van Dixon zijn gebruikt, zijn qua typering enigszins aangepast door ze concreter te maken of scherper te definiëren met als doel dat de gebruikers van de methodiek voor collectief leren hiermee beter in de praktijk uit de voeten kunnen.
De eerste fase uit het model van Dixon heeft als typering ‘informatie genereren’. Deze fase is qua omschrijving iets concreter gemaakt en evenals Verbiest (2004) omschreven als ‘informatie verzamelen’.
Bij het verzamelen van informatie gaat het naast feiten ook om meningen, opvattingen, en betekenissen van anderen. De verzamelde informatie kan kwalitatief of kwantitatief van aard zijn. Een belangrijk onderdeel voor het verzamelen van informatie is het aangaan van een dialoog, waarbij sprake is van wederzijdse uitwisseling en degene die informatie verstrekt niet een willoos object van onderzoek wordt maar iemand die meedenkt en meebeslist. De gemeenschappelijke ambitie en de daaruit afgeleide onderzoeksvragen bepalen in belangrijke mate welke bronnen je raadpleegt, welke instrumenten je daarbij gebruikt, hoeveel en wat voor gegevens je nodig hebt enzovoorts. Voordat je informatie gaat verzamelen moet je daartoe goed doordachte beslissingen nemen.
Het verzamelen van informatie wordt in onderzoekstermen vaak uitgedrukt als het verzamelen van data. De term data associeert men vaak met ‘harde’ feiten en cijfers. Bij het verzamelen van informatie gaat het echter niet alleen om feiten, maar ook om meningen, opvattingen, betekenissen van anderen, die kunnen helpen om de gezamenlijke ambitie te realiseren. Tegelijkertijd met het verzamelen van informatie vindt ook een selectie plaats. Niet álle informatie wordt verzameld; er wordt gezocht naar de meest relevante informatie.
Deze fase van informatie verzamelen, is qua vorm en inhoud sterk afhankelijk van de uitkomsten van de voorgaande fase: hoe ziet de gemeenschappelijke ambitie eruit.
Informatie verzamelen is een manier om externe referentiekaders te koppelen aan het eigen referentiekader en is daarmee een belangrijk onderdeel van kennis creëren. De fase is op zich niet voldoende om tot kenniscreatie te komen. Alleen verzamelen zal niet leiden tot nieuwe inzichten. Interpreteren en consequenties trekken op basis van de verzamelde informatie kan leiden tot nieuwe of andere oplossingen of routines in de fase 'acties uitvoeren'.
Informatie verzamelen kan op vele wijzen gebeuren en is sterk afhankelijk van de ambitie en de daarvan afgeleide vraagstelling. Er bestaan vanuit de wetenschap enkele standaard indelingen van het soort informatie en de instrumenten die horen bij het verzamelen ervan.
Een van die indelingen is het onderscheid dat wordt gemaakt tussen kwalitatief (meestal beschrijvend van aard) en kwantitatief (getalsmatig van aard). Er is veel mogelijk, maar er moet altijd gekeken worden naar de bruikbaarheid en relevantie van de situatie. Van groot belang is in ieder geval om de regels juist toe te passen op het soort data waar je gebruik van maakt in de beantwoording van de onderzoeksvraag (op dit punt gaan we hier verder niet in. Daar zijn genoeg boeken over volgeschreven, zie bijvoorbeeld Baarda, Swanborn). De keuze voor de wijze waarop de data verzameld worden, is sterk afhankelijk van een combinatie van factoren.
Hieronder noemen we een aantal veelvoorkomende factoren die de wijze van dataverzameling sterk beïnvloeden:
De combinatie van de verschillende factoren vraagt in de praktijk nogal eens om creatieve oplossingen. Om aan zo goed mogelijke informatie te komen binnen de vaak beperkte mogelijkheden of soms tegenstrijdig lijkende eisen moeten soms nieuwe methoden of combinaties ontwikkeld worden. Het doordenken van de aanpak, en een goede planning en taakverdeling over de mensen zijn belangrijk om dit proces efficiënt te laten verlopen. Hoe de aanpak er ook uitziet – simpel, complex, creatief of geheel nieuw – het helder beschrijven en verantwoorden van de keuzes is in alle gevallen van belang. Transparantie, dat wil zeggen: inzicht geven in de ontstaansgeschiedenis van de aanpak en de beweegredenen, maakt het mogelijk om met anderen in discussie te gaan, tot bijstelling van standpunten te komen, en de uitkomsten van het proces, de daadwerkelijke informatie op de juiste waarde te kunnen schatten.
Na het afwegingsproces over de wijze van verzamelen, zetten we de afwegingen en de uitkomsten daarvan op papier. Vervolgens wordt een taakverdeling en een planning gemaakt om de data zo efficiënt mogelijk te verzamelen
In deze fase wordt de vertaling gemaakt van het abstracte naar het concreet ‘meetbare’ of ‘beschrijfbare’. In onderzoekstermen ook wel operationaliseren genoemd. Operationalisatie betekent het concretiseren, meetbaar maken van abstracte concepten of variabelen. Die variabelen zijn afgeleid uit de probleemstelling of ambitie. In een probleemstelling of ambitie wil je immers zo beknopt en overzichtelijk mogelijk weergeven wat je wilt. Daartoe is het nodig om abstract te formuleren. Om een vraag te kunnen beantwoorden of aan de aanpak van een ambitie te kunnen werken, te meten, kennis of informatie te verzamelen, is de vertaling naar de dagelijkse praktijk van belang.
Soms blijkt dat in deze fase de behoefte ontstaat om de ambitie te verduidelijken of aan te scherpen. Het ‘pendelen’ tussen de fasen komt in de praktijk vaak voor. Bijvoorbeeld: bij het verzamelen van informatie ontstaat de behoefte om in de onderzoeksgroep de ambitie beter te beschrijven omdat het in de praktijk niet haalbaar is om alle leerlingen en ouders van de school te bevragen. Ook komt het voor dat er factoren aanwezig zijn die zo beperkend werken, dat je de onderzoeksvraag moet bijstellen om toch een bruikbaar antwoord te krijgen.
Het verzamelen van informatie betekent tegelijkertijd het selecteren van informatie. Deze processen zijn onderling verweven, bij alles wat is verzameld, is ook geselecteerd. Tijdens het verzamelen en selecteren van informatie vindt veelal tegelijkertijd een proces van interpretatie plaats. Immers: het selectieproces is al een interpretatie omdat men nagaat welke kennis wel en welke niet relevant is. Het is moeilijk om deze processen expliciet te onderscheiden. Toch is ervoor gekozen om deze processen van verzamelen en interpreteren in twee afzonderlijke fasen onder te brengen. Het gezamenlijk interpreteren van de informatie moet ook daadwerkelijk samen gebeuren (collectief proces), daar moet tijd voor uitgetrokken worden en een gezamenlijk moment voor gepland worden, waarop ook iedereen aanwezig kan zijn.
Het kan efficiënt zijn om het verzamelen vanuit diverse informatiebronnen te verdelen over verschillende mensen. Bij een dergelijke aanpak is het nog belangrijker een moment te kiezen waarop de deelnemers de verzamelde informatie met elkaar delen, zodat er een gezamenlijk proces van interpreteren op kan volgen.
Bij de ontwikkeling van instrumenten om informatie te verzamelen, is het vanzelfsprekend om je informatiebronnen – als deze mensen betreffen –op basis van gelijkwaardigheid tegemoet te treden. Het gaat er immers om informatie af te tappen, maar om samen kennis te construeren, die de input vormt voor het bereiken van de ambitie. Dat betekent dat het aangaan van een dialoog een belangrijk onderdeel van informatie verzamelen is. Tijdens een interview lijkt dat voor de hand te liggen, maar het komt in de praktijk vaak voor dat een interview een sterk gestuurd proces is en er geen sprake is van wederzijdse uitwisseling. Ook als er eerst informatie via vragenlijsten verzameld wordt (wat een vorm van aftappen blijft), is een bespreking met de informatieverstrekkers van groot belang om de informatie goed te kunnen begrijpen. Het doel van een bespreking is dat niet alleen de onderzoekers de informatie goed begrijpen, maar dat mensen de informatie samen interpreteren, opdat er voor iedereen een relevant proces plaatsvindt. Een handig instrument hiervoor is de Quickscan.
Over het algemeen gebruikt men niet één enkele informatiebron, maar een variëteit aan bronnen. Verschillende mensen (bronnen) kunnen elkaar tegenspreken. Juist in dergelijke situaties is het aangaan van de dialoog belangrijk. Hierdoor kan een collectief proces ontstaan. Samen bepalen welke informatie relevant is en waarom en wat de verschillen zijn, is belangrijk om te komen tot een collectieve informatieset. Deze vormt de input voor de volgende fase: het interpreteren van de informatie in het licht van de ambitie en de gegeven context.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.