Interactum Lectoraat: Kennisbank

Theorie

Ambitie ontwikkelen: in theorie

Een gezamenlijke ambitie formuleren is veelal een eerste stap in een collectief leerproces. Om tot een gezamenlijke ambitie te komen dient van alle belanghebbenden de ambitie, wensen en zorgen gehoord te worden.

Collectieve ambitie

Door van Strien (1975; 1986) wordt benadrukt dat het formuleren van een probleem een belangrijke eerste stap is. Gekozen is voor een wat ruimere formulering dan 'probleem'. Een collectieve leercyclus zou moeten starten vanuit de gemeenschappelijke vragen, uitdagingen, problemen, kansen, etc. Omdat ‘probleem’ analytisch klinkt én teveel vanuit alleen tekortkomingen vertrekt, wordt het bredere begrip ‘ambitie’ gehanteerd voor deze eerste stap.
Het belang van het formuleren van een collectieve ambitie wordt al een aantal jaren benadrukt (Teurlings & Vermeulen, 2004). Meer recent wordt door de Roode (2008, p. 6) gesteld: “Wat lijkt te ontbreken is een collectieve ambitie, waaronder wordt verstaan dat mensen op een inspirerende wijze een gezamenlijk resultaat nastreven”. Ook bij Weggeman (2007) komt dit naar voren als hij aangeeft dat coördinatie van professionals het beste geregeld kan worden door te sturen op collectieve ambitie. Fullan (2006) wijst op het belang van het formuleren van een gemeenschappelijke visie, doelen en hoge verwachtingen.

Ambitie ontwikkelen: de theorie in het kort

Vaak begint een collectief leerproces met het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie. Een ambitie is een streven, een sterke wens om iets te doen of iets te bereiken dat van belang is voor het team. In deze fase is het van belang eerst informatie te verzamelen over de ambities, wensen en zorgen van alle belanghebbenden. De ambitie kan ook geformuleerd of geherformuleerd worden naar aanleiding van de evaluatie van een vorige cyclus.

Een groep kan een proces- of opbrengstambitie nastreven. Bij procesambitie ligt de nadruk op het proces. En bij opbrengstambitie ligt de nadruk op het resultaat. In beide gevallen kan de opbrengst individueel of collectief zijn. Verder kan een groep ook grote en kleine ambities nastreven.

Een ambitie wordt vertaald in onderzoeksvragen. Deze vragen helpen het team tot acties te komen om de gemeenschappelijke ambitie te realiseren. Hiertoe dient de groep informatie te verzamelen over relevante aspecten van hun ambitie.
Ambitie en onderzoeksvragen zijn een belangrijke tussenopbrengst en zijn nodig voor voortgang van het collectieve proces.

Wat is ambitie? (Richten van de energie)


Collectieve leerprocessen kunnen spontaan ontstaan, bijvoorbeeld bij kinderen die straatvoetbal spelen. Je kunt ze ook organiseren en bewust in gang zetten. In de professionele context, waarnaar het lectoraat ‘Kantelende Kennis’ onderzoek doet, is een collectief leerproces iets dat bedacht en bewust gepland wordt.

Een gezamenlijk leerproces in een professionele context start dus niet zomaar. Het team heeft iets nodig waarop de aanwezige energie wordt gericht: een focus. Een gezamenlijke ambitie vormt zo’n focus. Een ambitie is een streven, een sterke wens om iets te doen of iets te bereiken. Bij ambitie gaat het weliswaar om iets waarvan teamleden kunnen beredeneren waarom het voor het team wenselijk is om na te streven. Maar een ambitie is méér. De leden van het team hebben een sterke wil of motivatie om die ambitie te realiseren; soms is die intrinsieke motivatie zo sterk, dat je beter van passie kunt spreken. Een ambitie drijft een team voort. Zij daagt uit tot handelen, tot actie. Ambitie is iets waar hoofd, hart en handen mee gemoeid zijn.


Plaats in de cyclus


Het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie is vaak de eerste stap in een collectief leerproces. Een eenmaal geformuleerde ambitie biedt het team een kader, een houvast. De ambitie richt de energie van het team niet alleen in het begin, maar gedurende het gehele proces.
Van tijd tot tijd wordt deze ambitie door het team herijkt (zie Evaluatie). Een ambitie kan het begin zijn van een collectief leerproces, maar kan ook worden geformuleerd of geherformuleerd naar aanleiding van de evaluatie van een vorige cyclus. Het is dan het sluitstuk van de cyclus en tevens het begin van een nieuwe.


Kenmerken (Gerichtheid en opbrengsten)


Een team kan als gemeenschappelijke ambitie een proces hebben (zoals in het voorbeeld van de straatvoetballertjes: lekker samen bezig zijn), het kan ook een bepaalde opbrengst nastreven (Ajax wil overwinteren in de Champions League). Ook in een professionele context kunnen teams zowel een proces- als een opbrengstambitie nastreven.

Een procesambitie richt de energie op het samen met collega’s bezig zijn. Niet om iets specifieks te bereiken, maar om de intrinsieke waarde van het samen ergens aan werken. Die procesgerichtheid sluit niet uit dat het gezamenlijke proces niet tot opbrengsten zou kunnen leiden. Dergelijke opbrengsten kunnen zowel individuele als collectieve resultaten zijn.

Een opbrengstambitie kan een probleem zijn dat het team gezamenlijk wil oplossen of een uitdaging dat het wil realiseren. Ook hier kan het gaan om individuele en collectieve opbrengsten.
Ambities worden geformuleerd in de vorm van een stelling: dit is wat het team wil doen of bereiken. Teams kunnen verschillende werkvormen gebruiken om een collectieve ambitie te ontwikkelen (zie Methoden). Het team kan het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie ook cyclisch aanpakken. Het kan eerst informatie verzamelen over de ambities van verschillende belanghebbenden. Vervolgens kan het team door een gezamenlijke interpretatie van deze informatie een gemeenschappelijke ambitie afleiden.


Soorten (Ambitie of doel?)


Er zijn grote en kleine ambities. Een grote ambitie geldt voor de lange termijn en zal misschien nooit helemaal werkelijkheid worden. Dat is niet erg. Dergelijke ambities hebben het karakter van een ideaal dat je inspireert, een droom (denk aan Martin Luther Kings legendarische ‘I have a dream!’). Een grote ambitie is een aantrekkelijk vergezicht dat lokt. Bij ‘grote’ ambities is het juist van belang dat ze niet al te concreet en specifiek zijn. Een grote ambitie moet open genoeg zijn (en genoeg aan de verbeelding overlaten) om alle teamleden gedurende een langere periode aan te spreken en te inspireren.

Een ambitie kan ook ‘klein’ of specifiek zijn. Een kleine ambitie is een verbijzondering van een grote en kan binnen kortere termijn gerealiseerd worden. In een kleine ambitie weerspiegelt als het ware de inspiratie van de grote ambitie. Grote en kleine ambities zijn niet geformuleerd in concrete actietermen. Ze dienen om de aandacht, energie en motivatie van de betrokkenen te richten.

Uit ambities kunnen – mits je over de benodigde informatie beschikt – doelen worden afgeleid. Een doel is – veel meer dan een ambitie – een concreet mikpunt, waarvan op een bepaald moment in de tijd kan worden aangetoond dat het is bereikt. In tegenstelling tot ambities vragen doelen erom dat ze SMART geformuleerd worden.


Van ambitie naar informatie verzamelen


In de praktijk wordt een ambitie vaak al snel uitgewerkt in een plan van aanpak. Hoewel dat voor de hand lijkt te liggen, is daar een risico aan verbonden. Zeker wanneer het team nog over onvoldoende inzicht beschikt in de verschillende aspecten van de eigen ambitie heeft zo’n plan al gauw iets trial-and-error-achtigs. Om tot beredeneerde en goed onderbouwde actie te komen, dient het team eerst informatie te verzamelen over de relevante aspecten van de eigen ambitie. Als de ambitie bijvoorbeeld luidt: ‘De school dient voor leerlingen een uitdagende leeromgeving te zijn’ en de school weet bijvoorbeeld niet wat leerlingen en leraren uitdagend vinden, dan is het plannen van concrete acties waarschijnlijk een slag in de lucht.

Een ambitie roept vragen op als: ‘In welk opzicht ervaren leerlingen en leraren het huidige onderwijs als uitdagend?’, ‘Wat maakt dat leerlingen betrokken en enthousiast zijn?’, ‘Wat zit volgens leerlingen betrokkenheid soms in de weg?’, en: ‘Welke ideeën hebben leerlingen en leraren zelf om het onderwijs aantrekkelijk te maken?’. Dit zijn onderzoeksvragen. Door het beantwoorden van deze vragen kan het team te weten komen welke acties hen kunnen helpen de gemeenschappelijke ambitie te realiseren.

Voor het beantwoorden van onderzoeksvragen is het nodig een onderzoeksplan te maken. In een onderzoeksplan staat onder andere hoe het team de informatie gaat verzamelen (bijvoorbeeld via interviews met leerlingen of via vragenlijsten), bij wie de informatie wordt gehaald (bijvoorbeeld: uit elke groep twee leerlingen), wanneer en hoe het team de gegevens wil gaan verwerken, en wanneer het team weer samenkomt voor de gezamenlijke interpretatie van de informatie.
De ambitie en de onderzoeksvragen vormen een belangrijke tussenopbrengst in het collectieve leerproces. Ze worden vastgelegd, in een voor ieder lid beschikbaar document, en bewaard, bijvoorbeeld in een collectief portfolio. Ambitie en onderzoeksvragen bevatten de gestolde kennis die nodig is voor de voortgang van het collectieve leerproces. Ze vormen de brug naar de volgende stap in de cyclus: het verzamelen van informatie.


Vitale ruimte


Een ambitie is altijd ván iemand: van een individu of van een team. Wanneer een team een gemeenschappelijke ambitie formuleert, is het van belang dat de leden bedenken of zij de enige belanghebbenden of eigenaars zijn. Misschien zijn er buiten het team nog andere individuen of groepen die belang hebben bij deze ambitie (of eronder zouden kunnen lijden). Een opleiding die de ambitie heeft een leeromgeving te ontwikkelen waarin studenten op basis van eigen leervragen onderzoek doen, zal nagaan of deze ambitie ook door de studenten zelf gedeeld wordt. Opleidingen die deze ontwikkeling integraal willen aanpakken, betrekken ook scholen, waarmee zij samenwerken, in het formuleren van de ambitie. In een integrale context is het van belang dat de verschillende leden van het collectief elkaar als mede-eigenaars van de gemeenschappelijke ambitie erkennen. Maar net zo goed dienen de leden zichzelf als zodanig te zien. Een pabo kan bijvoorbeeld wel vinden dat basisscholen mede belang hebben in de ontwikkeling van een eigentijds opleidingscurriculum, maar als de scholen dat niet als hún ambitie zien, kunnen we moeilijk van mede-eigenaarschap spreken.

Een gemeenschappelijke ambitie veronderstelt dat de stem van alle belanghebbenden wordt gehoord. Wanneer de participatie van alle belanghebbenden ontbreekt, is het eigenlijk al geen gemeenschappelijk proces meer. In het lectoraat Kantelende Kennis is het uitgangspunt dat leer- en ontwikkelingsprocessen mede worden vormgegeven op basis van de behoeften van degene die leert. Dat uitgangspunt heeft als consequentie dat leerlingen, leraren en studenten – afhankelijk van de situatie en context – als partners worden gezien en in de dialoog over de ambitie worden betrokken. Hierdoor kan de ambitie ook hún ambitie worden.

Vaak begint een groep (professionele) belanghebbenden met het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie. Veel schoolteams starten zo. Maar als blijkt dat er nog ándere groepen belanghebbenden zijn (bijvoorbeeld leerlingen), dan is het van belang eerst informatie te verzamelen over de ambities, wensen en zorgen van leerlingen. Deze informatie kan gebruikt worden voor het aanscherpen of herformuleren van de eerder geformuleerde ambitie. Het team voorkomt zo dat acties worden ondernomen die niet passen bij de behoeften van de leerlingen.