Interactum Lectoraat: Kennisbank

De Toermalijn: Het team ontwikkelt een ambitie voor dagbesprekingen met leerlingen

Ambitie ontwikkelen

Behoefte aan een gemeenschappelijke ambitie In het pedagogisch concept van basisschool De Toermalijn nemen begrippen als ‘vertrouwen’, ‘keuzevrijheid’, ‘natuurlijk leren’ en ‘aansluiten bij leerbehoeften’ een prominente plek in. Dergelijke begrippen verwijzen naar wat voor de school werkelijk van waarde is. Geheel in overeenstemming met dit concept investeert het team veel tijd en moeite in de kwaliteit van de pedagogische relatie. Naast het voeren van mentorgesprekken experimenteert het team nu ook met dagbesprekingen. Dit experimenteren heeft nog een vrijblijvende status, maar het team wil meer. De leraren vinden het belangrijk een gemeenschappelijke ambitie te hebben. Zonder een gemeenschappelijke ambitie ontstaat teveel variëteit in vorm en bedoeling. Variëteit is niet erg, maar de dagbesprekingen moeten wel passen bij het pedagogisch concept van de school. 

Het pedagogische concept zouden we de grote ambitie van de school kunnen noemen, de ambitie voor dagbesprekingen die wordt ontwikkeld, een kleine of specifieke. Deze ambitie zal in het proces van kennis creëren de aandacht van de leden van het team helpen richten.

Hoofd, hart, handen

Aan de betrokkenheid van de teamleden en de bevlogenheid waarmee ze spreken is te zien dat de behoefte aan een gemeenschappelijke ambitie voor dagbesprekingen niet alleen op rationele argumenten stoelt. De kwaliteit van de relatie met kinderen is voor de leraren een kernwaarde, die verwijst naar wat zij op fundamenteel niveau ‘goed’ of ‘pedagogisch verantwoord’ vinden: zo hoor je met kinderen om te gaan. Begrippen als ‘vertrouwen’ en ‘keuzevrijheid’ zijn voor de teamleden geen holle woorden. Ze verwijzen naar de morele keuzen van de school en leraren kunnen moeilijk anders dan er met bevlogenheid en passie over spreken. Ze doen een appèl op het verantwoordelijkheidsgevoel en het handelen van leraren. Het engagement waarmee zij over kinderen spreken, verraadt hun emotionele betrokkenheid. Een gemeenschappelijke ambitie is blijkbaar iets waar hoofd (concepten), hart (betrokkenheid en engagement) en handen mee gemoeid zijn.

Dubbelloop leren

De teamleden van De Toermalijn maken een gemeenschappelijk leerproces door. In dit proces gaat het om een concrete opbrengst: het ontwikkelen en realiseren van een gezamenlijke ambitie. Deze ambitie en de realisatie ervan vormen collectieve opbrengsten waarvan het hele team eigenaar is. Maar er is meer. Van de evaluatie van de vorige cyclus hebben zij geleerd dat zij niet altijd systematisch te werk gaan. Wil collectief leren werkelijk betekenis krijgen, dan dient het team dit proces transparant en compleet maken door het schrijven van een plan van aanpak, het documenteren van beslissingen en verzamelde gegevens en het rond maken van de cyclus met een expliciet evaluatiemoment. Je zou kunnen zeggen dat de school hier een dubbele ambitie nastreeft: een voor de dagbesprekingen en een voor samen als professionele leergemeenschap leren.

Minicyclus

Interessant is te zien hoe de leraren van de Toermalijn een mini- onderzoekscyclus gebruiken voor deze eerste stap: zij ‘ambiëren’ een gemeenschappelijke ambitie, verzamelen informatie, interpreteren die, en leiden uit de conclusies consequenties af: de gemeenschappelijke ambitie voor de dagbesprekingen. Deze gemeenschappelijke ambitie geeft hierna richting aan het collectieve proces.

Praktische vragen

Het vormgeven van dagbesprekingen roept allerlei praktische vragen op zoals: In hoeverre mogen we sturen tijdens een dagbespreking? Moeten kinderen zich aan de gemaakte afspraken houden? Moeten kinderen hun agenda meenemen? Dit zijn instrumentele of praktische vragen. Je beantwoordt dergelijke vragen niet via onderzoek; je moet er samen een beslissing over nemen. Instrumentele of praktische vragen verwijzen vaak naar de eigen concerns van de leraren. 

Onderzoeksvragen

De casus laat nog iets zien. Het team realiseert zich dat de ambitie niet alleen henzelf aangaat, maar ook de leerlingen. De teamleden beseffen dat in de eerste plaats leerlingen de gevolgen van de ambitie aan den lijve ondervinden. Het erkennen van leerlingen als belanghebbenden heeft tot gevolg dat het team zich vragen gaat stellen: Wat vinden leerlingen van de dagbesprekingen? Hoe ervaren zij het contact met de leraar? Wij willen dat de dagbespreking hen helpt om zin te krijgen in de dag, maar, is dat ook in werkelijkheid het geval? Voor het beantwoorden van dergelijke vragen moet het team terug naar de leerlingen. Bij hen ligt de informatie, waaraan het team behoefte heeft.
Het beantwoorden van de onderzoeksvragen zal het team helpen de haar ambitie te realiseren. Met het formuleren van de vragen start het team de ‘grote’ onderzoekscyclus. Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, wordt een onderzoeksplan gemaakt. We maken hiermee de overgang naar de volgende stap in de cyclus.

Vitale ruimte

De casus laat zien hoe de inbreng van elke leraar gewaardeerd wordt. Uit de verzamelde informatie en de gemeenschappelijke ordening blijkt nog de variëteit in perspectieven: de ene leerkracht benadrukt het contact met kinderen, voor de andere is de keuzevrijheid van belang. Deze variëteit komt tot uiting in de gezamenlijke ambitie. De verschillende aspecten (zich uitgedaagd voelen, contact, plannen en reflecteren) horen bij elkaar, vullen elkaar aan en vormen samen de collectieve ambitie. Samen iets tot stand brengen door dialoog lukt alleen maar als teamleden ook iets samen willen, als ze zich met elkaar verbonden voelen en die verbondenheid als waardevol ervaren.