De Hermelijn: het team ontwikkelt een ambitie voor het vergroten van de autonomie van de kinderen en de leerkrachten
Autonomie
Het team van basisschool De Hermelijn heeft een visie op de school beschreven in tien punten. Om tot een gezamenlijke ambitie te komen, wordt daar vanuit gegaan.
In een studiedag kiest het team voor het thema 'autonomie'. Al snel wordt duidelijk, dat men daarbij geen heldere beelden heeft. Hoe ziet autonomie eruit, heel praktisch in de eigen klas?
De centrale onderzoeksvraag wordt: Hoe vergroten we de autonomie van de kinderen en de leerkrachten? Het team besluit met deze onderzoeksvraag aan de slag te gaan. De manier van informatie verzamelen ligt voor de hand: men start met het verzamelen van voorbeelden uit de eigen praktijk.
De Hermelijn
De Hermelijn is een katholieke basisschool in een dorp in het zuiden van het land. Het is de enige school in het dorp. De leerlingen komen uit het dorp zelf en uit het daarbij behorende buitengebied.
De school telt 100 leerlingen, verdeeld over vier combinatiegroepen. De groepen worden begeleid door zes groepsleraren, een leraarondersteuner in groep 1-2, twee part-time intern begeleiders, een vierdejaars student van de Hogeschool en een directeur.
De missie van basisschool de Hermelijn is een school te zijn waar “iedereen met plezier naar toe gaat: de kinderen, het personeel, de ouders/verzorgers en alle andere betrokkenen. Om te leren vàn en mèt elkaar is het nodig dat je je veilig, betrokken en gehoord voelt. Iedereen leert, elke dag weer. Wij willen blijven zoeken naar de beste mogelijkheden om met elkaar te ontwikkelen.”
De directeur van de school gaat op zoek naar nieuwe mogelijkheden voor schoolontwikkeling. Zij maakt kennis met een opleidingsdocent van de kenniskring Kantelende Kennis. In een tweedaagse in maart wordt met het hele team gewerkt aan een schoolvisie, die neergelegd wordt in een gezamenlijke 10-puntenvisie. Daarmee is er voldoende draagvlak in het team deel te nemen aan ‘kantelende kennis’.
De visie van De Hermelijn in tien punten:
- Goed onderwijs begint niet bij de leerstof (in methodes enz.) maar begint bij de basis, bij wat kinderen meebrengen naar school en dus bij wat ze al weten en kunnen. De uitdaging voor de leerkracht is om de kwaliteiten en mogelijkheden van kinderen verder te ontwikkelen.
- Echt leren is alleen mogelijk als kinderen innerlijk gemotiveerd zijn en ook blijven. Dit betekent dat de leerstof die op school wordt aangeboden betekenisvol moet zijn en dat er samenhang in het onderwijsaanbod moet zijn.
- Om te kunnen leren op school zijn er een aantal basisvoorwaarden nodig. Allereerst gaat het om de zorg voor een veilige leersituatie, waarin er vertrouwen en positieve verwachtingen zijn (relatie). Verder is het belangrijk dat een kind geloof in eigen kunnen heeft (competentie) en weet dat fouten maken mag. Tenslotte zal het onderwijs kinderen moeten stimuleren tot zelf nadenken, zelf initiatief en eigen verantwoordelijkheid nemen (autonomie).
- De houding en het gedrag van de leerkracht zijn zeer belangrijke factoren bij het organiseren van goed onderwijs. Het gaat daarbij om het organiseren van een pedagogisch klimaat, dat ondersteunend en uitdagend is. Verder gaat het om het aanbieden van een duidelijke structuur, via een effectieve instructie en lesopbouw, waardoor kinderen actief betrokken worden in het leerproces.
- Heel belangrijk binnen het leerproces op school is dat leraren aan kinderen de ruimte geven om te groeien in zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. Het opvoeden tot zelfsturing is allereerst een pedagogisch hoofddoel en verder ook een voorwaarde om onderwijs en zorg op maat te kunnen organiseren voor kinderen.
- Om alle kinderen tot hun recht te laten komen en om zoveel mogelijk rekening te houden met de verschillen tussen kinderen is een flexibele klassenorganisatie nodig. Leeractiviteiten met de gehele groep worden afgewisseld met adaptieve werkvormen, waarbij kinderen individueel, in duo’s of in kleine groepjes werken.
- Een basiskenmerk van goed onderwijs is dat kinderen in allerlei speel- en leersituaties kunnen samenwerken. Samenwerkend leren biedt veel mogelijkheden voor de ontwikkeling van de sociale vaardigheden. Verder vergroot het de actieve betrokkenheid en motivatie van de kinderen en heeft daarom een positieve invloed op de leerprestaties.
- Ons streven is dat de groepsleerkracht in staat is om binnen de klas planmatige zorg te organiseren voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het gaat daarbij om tijdige signalering van risico’s en om effectieve hulp via een handelingsplan of groepsplan.
- Goed onderwijs is het resultaat van samenwerking in teamverband. De leerkrachten realiseren een open en professionele houding. Er zijn afspraken en werkwijzen waardoor leerkrachten elkaar ondersteunen, gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen en zorgen voor een doorgaande lijn in het onderwijsaanbod en zorg voor de kinderen.
- Een belangrijke voorwaarde voor goed onderwijs is een effectieve afstemming en samenwerking met de ouders. De school geeft schriftelijk en via informatieavonden heldere informatie aan ouders over de onderwijsvisie, het onderwijsaanbod en de werkwijzen. De leerkrachten zijn voldoende vaardig om een effectief gesprek met ouders te voeren.
Autonomie
In oktober start basisschool De Hermelijn met het traject Kantelende Kennis. In een studiedag wordt de ambitie besproken.
Om tot de keuze voor een gezamenlijke ambitie te komen, grijpt het team terug naar de visie, die enkele maanden eerder in tien punten is neergelegd. Het team kiest daaruit prioriteiten. Dat leidt tot een gesprek over autonomie. Wat verstaan we onder autonomie? Als je naar de leerlingen kijkt, hoe ziet die autonomie er dan uit?
Als centrale onderzoeksvraag komt voren: Hoe vergroten we de autonomie van de kinderen en de leerkrachten? Het team besluit met deze onderzoeksvraag aan de slag te gaan. Men start met het verzamelen van voorbeelden uit de eigen praktijk.
Autonomie: van visie naar ambitie
In oktober start basisschool De Hermelijn met het traject Kantelende Kennis. In een studiedag wordt de ambitie besproken. De uitgangspunten en de onderzoekscyclus van het lectoraat ‘Kantelende kennis’ worden gepresenteerd en besproken.
Een poster van Loesje werkt als inspiratiebron: ‘Onderwijsmethode. Vind je iets leuk, dan leer je het vanzelf’.
Om tot de keuze voor een gezamenlijke ambitie te komen, grijpt het team terug naar de visie, die enkele maanden eerder in tien punten is neergelegd. In eerste instantie wil het team aan de slag met de visiepunten:
- Relatie, competentie en autonomie als basisvoorwaarden.
- Het belang van de houding en het gedrag van de leerkracht voor het pedagogisch klimaat en het actief betrekken van de kinderen bij het leerproces.
- Ruimte geven aan kinderen om te groeien in zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid.
- Flexibele klassenorganisatie.
- Kinderen laten samenwerken.
Er ontstaat een gesprek over autonomie. Wat verstaan we onder autonomie? Autonomie betekent dat kinderen de mogelijkheden en ruimte krijgen …en hiertoe in staat zijn… Als je naar de leerlingen kijkt, hoe ziet die autonomie er dan uit? Zelf vragen en regels maken. Kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor hun probleem. Belangrijk is bewustwording van hun vragen/problemen en het eigenaarschap van de problemen. Vragen aan kinderen en hun om oplossingen vragen! Luisteren en observeren.
Als centrale onderzoeksvraag komt voren: Hoe vergroten we de autonomie van de kinderen en de leerkrachten? Het team besluit met deze onderzoeksvraag aan de slag te gaan.
Afspraak
Het begrip autonomie samen onderzoeken door mooie/goede voorbeelden te verzamelen, waarin je de autonomie van leerlingen tot zijn recht laat komen (probeer nieuwe dingen uit, of definieer oude succesnummers, maak ze tastbaar of visualiseer ze, of schrijf ze uit.)
Onderzoek je eigen praktijk.
Het moet wat opleveren voor de kinderen. Wij moeten weten wat we dan willen zien.
Reflecties
Aan het eind van de studiedag beantwoorden de teamleden de vraag: is er bij jou iets veranderd door deze dag?
- Het is me duidelijker geworden.
- Het wordt nu samen gedragen.
- Duidelijk dat autonomie zo bij ons allemaal leeft.
- Doorgaande lijn vasthouden.
- Ik vind het moeilijk. Ik wacht het af. Duidelijkheid is er nog niet.
- Als student zijn we bezig met POP’s nu zie ik het ook op team-/schoolniveau!
- Veel geleerd; meerdere dingen gehoord, schoolvisie van onze school ontdekken.
- Duidelijker beeld gekregen van het begrip autonomie. Je bent niet uniek in het zoeken hoe het beter kan.
- De intenties worden gemeenschappelijk gedragen en ervaren.
- Veel van elkaar leren.
- Theorie wordt me concreter
- Verzamelen van voorbeelden.
- Kantelende kennis is me duidelijker geworden: wat kost dit? Is het haalbaar? = onderzoek!
- Samen op weg!
- Stap voor stap. Fijn dat de volgende stap (realistisch) is; niet te groot, maar haalbaar.
- Met een fijn gevoel samen met de kinderen op weg.
- Je hoeft het niet alleen te doen. Samen ben je sterker dan alleen.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.