Interactum Lectoraat: Kennisbank

De Hefboom: De directeur van De Hefboom evalueert zijn eigen rol.

Ouders en kinderen serieus nemen.

Na drie schooljaren evalueert de directeur van De Hefboom de opbrengst van ‘drie jaar kantelen’ als pilotschool van het lectoraat Kantelende Kennis.

In een interview licht hij zijn eigen rol toe. Hij heeft zowel de inbreng van ouders als de inbreng van kinderen serieus genomen door met ouders te praten over de groepsindeling en de rapporten en door met kinderen te praten in een Kindermedezeggenschapsraad (KMR).

de Hefboom

Basisschool De Hefboom is een openbare basisschool in het Zuiden van het land. ‘Het onderwijs wordt gegeven vanuit de gedachte dat het nauw verbonden moet zijn met de samenleving waarin we leven. Deze samenleving is veelzijdig en complex. Wij willen met onze school een ontmoetingsplaats vormen voor alle kinderen ongeacht hun geestelijke en/of culturele achtergrond. Een school die kinderen wil voorbereiden op een samenleving waarin het belangrijk is de goede keuzes te kunnen maken en respect te hebben voor elkaars overtuigingen, onder het motto: Niet apart, maar samen. Met de individuele ontwikkeling van het kind willen we zoveel mogelijk rekening houden. We gaan ervan uit dat ieder kind een natuurlijke drang tot leren in zich heeft, m.a.w. het ontwikkelt zichzelf. De kwaliteit en het tempo van ontwikkeling zijn sterk afhankelijk van de omgeving. Op de eerste plaats moet het kind door de omgeving gestimuleerd worden. Belangrijk hierbij is wel dat die stimulans aansluit op het niveau van de ontwikkeling. Het kind moet de kans krijgen te leren vanuit de natuurlijke behoefte tot bevrediging van eigen nieuwsgierigheid. Zelfwerkzaamheid, verantwoordelijkheid en ervaringsleren, beschouwen wij als belangrijke aspecten van dit leerproces.’

In het schooljaar 2003-2004 sluit het team van ‘De Hefboom’ zich aan als pilotschool bij het Lectoraat Kantelende Kennis. De school wil de ontwikkelbehoefte van kinderen meer serieus nemen en de kinderen structurele inbreng geven in de vormgeving van hun onderwijs. Daarom gaat het team van ‘de Hefboom’ aan de slag met de volgende onderzoeksvragen:

  • Op welke wijze geven we de inbreng van kinderen een structurele plek in ons onderwijs?
  • Wat heeft deze inbreng voor gevolgen voor ons onderwijs?

Het team van ‘de Hefboom’ gaat vervolgens actief op zoek naar de behoeften van kinderen, maar ook naar de behoeften van ouders en collega's. De school communiceert actief en professioneel over de wijze waarop zij haar vak uitoefent en gaat daarbij op zoek naar de grenzen van zichzelf, van kinderen, van collega's, van ouders en van andere betrokkenen bij het onderwijs.

Ouders en kinderen serieus nemen.

Na drie schooljaren evalueert de directeur de opbrengst van ‘drie jaar kantelen’ als pilotschool van het lectoraat Kantelende Kennis. Hij wordt geïnterviewd door leden van de kenniskring van de opleiding. Als start van het interview wordt hem gevraagd een tijdsbalk (‘storyline’) te maken voor de drie schooljaren, en daarop de belangrijkste momenten van het proces van ‘De Hefboom’ te zetten. Aan de hand van de aangegeven momenten kan de directeur dan zijn verhaal vertellen.

De directeur van ‘De Hefboom besluit twee tijdsbalken te tekenen:‘de lijn van de directeur’ met de momenten die voor hemzelf cruciaal geweest zijn en ‘de lijn van het team’ met de belangrijke momenten voor het team van de school.

De lijn van het team

De tijdslijn voor de hele school wordt door de directeur verdeeld in de drie schooljaren:

2003-2004: Visie ontwikkelen op Kantelende Kennis.

2004-2005: Van behoeften naar plannen.

2005-2006: Concrete activiteiten ontwikkelen die passen in de onderzoeksplannen.

De lijn van de directeur

Op zijn eigen tijdslijn noteert de directeur vier cruciale momenten:

  1. De dialoog met de ouders over de combinatiegroepen.
  2. De adjunct-/interne begeleider die in haar dialoog met ouders steeds meer op zoek ging naar en aansloot bij de behoeften van ouders.
  3. De dialoog met de ouders over het nieuwe rapportsysteem.
  4. De dialoog met kinderen in de Kindermedezeggenschapsraad (KMR).

Ouders en kinderen serieus nemen.

Na drie schooljaren evalueert de directeur de opbrengst van ‘drie jaar kantelen’ als pilotschool van het lectoraat Kantelende Kennis. Hij wordt geïnterviewd door leden van de kenniskring van de opleiding. Als start van het interview wordt hem gevraagd een tijdsbalk (‘storyline’) te maken voor de drie schooljaren, en daarop de belangrijkste momenten van het proces van ‘De Hefboom’ te zetten. Aan de hand van de aangegeven momenten kan de directeur dan zijn verhaal vertellen.

De directeur van ‘De Hefboom besluit twee tijdsbalken te tekenen:‘de lijn van de directeur’ met de momenten die voor hemzelf cruciaal geweest zijn en ‘de lijn van het team’ met de belangrijke momenten voor het team van de school.

De lijn van het team

De tijdslijn voor de hele school wordt door de directeur verdeeld in de drie schooljaren:

2003-2004: Visie ontwikkelen op Kantelende Kennis.
2004-2005: Van behoeften naar plannen.
2005-2006: Concrete activiteiten ontwikkelen die passen in de onderzoeksplannen.

De lijn van de directeur

Op zijn eigen tijdslijn noteert de directeur vier cruciale momenten:

  1. De dialoog met de ouders over de combinatiegroepen.
  2. De adjunct-/interne begeleider die in haar dialoog met ouders steeds meer op zoek ging naar en aansloot bij de behoeften van ouders.
  3. De dialoog met de ouders over het nieuwe rapportsysteem.
  4. De dialoog met kinderen in de Kindermedezeggenschapsraad (KMR).

In het interview vertelt hij zijn verhalen erbij.

Ad 1. De dialoog met ouders over de combinatiegroepen.

In het voorjaar van 2004 hadden de ouders vragen en zorgen over het werken in combinatiegroepen. De directeur heeft toen met de ouders een dialoog gevoerd over de visie van de school omtrent de groepsindeling.

"Sinds die tijd probeer ik eigenlijk altijd om eerst achter de behoefte van de ouders te komen. Eerst op zoek naar de boodschap. Eerst op zoek naar het doel van de persoon die bij mij komt. Dat betekent vragen stellen. Ik ben het sindsdien eigenlijk blijven doen en regelmatig, evaluerend, reflecterend, erachter gekomen dat het werkte. In mijn beginperiode als directeur begon ik te vertellen hoe het moest en hoe het kon en hoe het zat in plaats van vragen te stellen.”

Ad 2. De adjunct-/interne begeleider die in haar dialoog met ouders steeds meer op zoek ging naar en aansloot bij de behoeften van de ouders.

Een tweede succeservaring van de directeur betreft het coachen van de adjunct-directeur/interne begeleider. Hij had haar verteld hoe goed het werkte om eerst op zoek te gaan naar de behoeften van ouders en daarbij aan te sluiten. Zij is dat toen ook gaan doen.

“Dat was een succeservaring voor mij: het werkt. En dat zat hem voornamelijk bij ouders die rondom interne begeleiding kwamen praten over: het gaat niet goed met onze Jan en volgens mij moet er toch iets anders. Als hulp gebruikte ze het zinnetje: ‘Wat denken jullie dat Jan nodig heeft?’ Of: ‘Wat zouden jullie graag willen dat er gebeurt?’ Dat heeft zij regelmatig ingebracht en ze heeft aangegeven dat dat succesvol werkt.”

Ad 3. De dialoog met de ouders over het nieuwe rapportsysteem.

In het schooljaar 2004-2005 is een aangepast rapportsysteem ingevoerd, waarbij naast het schoolrapport, dat de leerkracht invult, ook een ‘kindrapport’ kwam, dat het kind zelf invult. Tijdens een avond waarop tien-minuten-gesprekken werden gevoerd, mochten de ouders op een papier in de gang aangeven hoe zij dachten over het aangepaste rapportsysteem. De ouders reageerden daar positief op: ze voelden zich gehoord. Toch is de directeur hierover nog niet helemaal tevreden, want het leverde weinig bruikbare informatie op.

“Alleen het is nog niet de goeie vorm, omdat je dan kretologie krijgt. Goed, ga zo door, super, fijn. En de inhoudelijkheid kwam te weinig aan bod. Ouders gaan niet tijdens de ouderavonden of de tien-minuten-gesprekken uitgebreide verslagen schrijven om te reageren. Ik had eigenlijk namen moeten hebben. Ik had op grond van die reacties met de betreffende ouders in gesprek willen gaan.”

Ad 4. De dialoog met kinderen in de Kindermedezeggenschapsraad (KMR)

Om kinderen inspraak te geven in de organisatie van de school, en ook op die manier aan te sluiten bij hun behoeften, werd een Kindermedezeggenschapsraad opgericht. De inspraak van de kinderen in de Kindermedezeggenschapsraad leidde tot daadwerkelijke veranderingen in de school. De kinderen dachten bijvoorbeeld mee over traktaties op school. Op verzoek van de dames uit groep 8 werden spiegels opgehangen op de toiletten. Na enkele bijeenkomsten kwamen de kinderen zelf, de leerkrachten en de ouders met onderwerpen om te bespreken in de KMR.

“Ik heb in de Kindermedezeggenschapsraad een manier gevonden, waarin ik op een wezenlijke manier kan praten met kinderen over de schoolorganisatie. Ik word daardoor geïnspireerd op een geweldige manier. De laatste KMR vond ik ook weer een mooi voorbeeld. Die staat me nog helder voor de geest. Ik had wat puntjes opgeschreven en ik had ze uitgenodigd om wat punten in te brengen van: waar moet dit jaar nog aan gewerkt worden? En een van de kinderen zei: meester, mogen we ook nog iets anders bespreken, wie wordt nu de nieuwe directeur? Oké, zei ik, nou dat weet ik nog niet. Ik heb ze de procedure uitgelegd, hoe dat gaat, en kinderen hangen dan aan je lippen. Toen heb ik ze op een gegeven moment gevraag: nou jullie er toch zitten, wat voor directeur hebben we eigenlijk nodig? Dan komen er echt opmerkingen als… Een kind van groep vijf zegt: ‘Een directeur moet de foute dingen van een school kunnen verbeteren.’ Nou, dan denk ik: ja, jij vertelt wat in mijn takenpakket zit.”